Wat is een splanchnicusblokkade?

Een splanchnicusblokkade is een blokkade van de gevoelszenuwen van enkele organen in de bovenbuik, in medische termen worden dit de nervi splanchnici genoemd. Door een blokkade van deze zenuwen wordt de pijngeleiding beïnvloed, waardoor het pijnsignaal voor langere tijd niet meer kan worden doorgegeven. Bij de meeste patiënten treedt na de blokkade een goede pijnvermindering op.

Indicaties

Deze behandeling kan worden toegepast bij ernstige pijnklachten door een tumor in de bovenbuikorganen, zoals de alvleesklier, maag en lever. Ook kan deze behandeling toegepast worden bij mensen met pijn ten gevolge van een chronische alvleesklierontsteking.

Voorbereiding

  • De behandeling kan meestal plaatsvinden in dagbehandeling. U verblijft in totaal ongeveer twee uur in het ziekenhuis en kunt daarna naar huis. Woont u alleen, dan is het noodzakelijk dat u iemand vraagt die u gedurende 24 uur kan helpen en in de gaten kan houden.
  • Zorg ervoor dat u naar huis wordt gebracht door een begeleider. U mag na de behandeling beslist niet zelf autorijden!
  • Nuchter zijn voor behandeling. Soms krijgt u sedatie (pijnstillende en/of slaapmedicatie in het infuus, cq een “roesje”) gedurende de interventie, dit zal vooraf met u besproken worden. Als er vocht of voedsel in uw maag zit, kan dit tijdens de eventuele sedatie vanuit uw maag in uw longen terecht komen. Dat kan leiden tot een levensbedreigende situatie. Om dit te voorkomen, raden wij u dringend aan om de dag van de operatie niet te eten. Dit gaat in vanaf middernacht. U mag wel heldere vloeistoffen blijven drinken; dit mag u zelfs tot 2 uur voor de operatie blijven doen, tenzij de pijnspecialist iets anders met u afspreekt. Onder heldere vloeistoffen verstaan wij: koffie en thee (zonder melk), sap zonder pulp, water, heldere bouillon en aanmaaklimonade. Koolzuur- of alcoholhoudende dranken mag u in deze periode niet gebruiken. Eventuele medicijnen mag u, zoals hiervoor aangegeven, tot één uur vóór de behandeling met een paar slokken water nog innemen.
  • Bij gebruik van bloedverdunnende medicijnen (controle trombosedienst) moet het gebruik van deze medicijnen enkele dagen voor de proef- of zenuwblokkade worden gestaakt. Dit mag alleen in overleg met de specialist.
  • Overige medicatie die u gebruikt kan wel gewoon ingenomen worden tenzij de arts dit anders heeft aangegeven.

Behandeling

Voordat de behandeling plaatsvindt, wordt er op de voorbereidingsruimte een infuus geprikt. Daarna wordt u meegenomen naar de behandelkamer. De behandeling duurt ongeveer een half uur en wordt uitgevoerd onder röntgengeleiding. U komt op uw buik te liggen met een kussen onder de buik. Uw hartslag, bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed worden tijdens de behandeling in de gaten gehouden. Met behulp van röntgen wordt het juiste aanprikpunt bepaald, ter hoogte van de laatste en voorlaatste borstwervel. De hoogte van dit aanprikpunt wordt op de huid aangegeven met een pen en de plaats wordt lokaal verdoofd. Onder röntgendoorlichting wordt een naald via de rug ingebracht aan een zijde van de wervelkolom bij de op een-na-onderste borstwervel. Uw behandelaar zal met u overleggen of de behandeling aan één of aan beide kanten plaatsvindt. Als de naald op juiste plaats lijkt te staan, wordt een contrastvloeistof ingespoten om de positie van de naald te controleren. Tevens wordt middels elektrische stroompjes gecontroleerd of de naald op de juiste plaats staat. Hierbij kan u een trillende gewaarwording in de maagregio ervaren.

Bij een proefblokkade wordt enkel lokale verdoving toegediend. Bij een langdurige blokkade zal, nadat de lokale verdoving is ingewerkt, de tip van de naald gedurende enkele minuten verhit worden. Door de verhitting worden de zenuwen beschadigd. Daardoor kunnen de pijnprikkels minder goed worden doorgegeven en zal de pijn afnemen. De zenuw kan na verloop van tijd echter herstellen waardoor het nodig kan zijn dat de behandeling nog een keer herhaald moet worden.

Bijwerkingen/complicaties

De behandeling wordt zorgvuldig uitgevoerd. Toch bestaat er een geringe kans op de volgende bijwerkingen/complicaties:

  • Duizeligheid. U kunt de eerste weken na de behandeling bij plotseling rechtop komen even duizelig zijn. Dit is te wijten aan een lagere bloeddruk.
  • Het tijdelijk optreden van diarree.
  • Napijn op de plaats waar geprikt is in de rug.
  • Lichte toename van pijn boven de navel, deze verdwijnt meestal na maximaal enkele weken.
  • Problemen of pijn bij de ademhaling. Dit kan ontstaan als tijdens de behandeling het longvlies wordt geraakt. Er kan dan een zogenaamde klaplong ontstaan. Een controlefoto van de longen is dan nodig en soms moet er tijdelijk een drain geplaatst worden. Het kan ook zijn dat de zenuw die het middenrif aanstuurt tijdelijk verdoofd raakt. Ook dan kunt u een gevoel van ademnood ervaren.
  • Overgevoeligheid. Het is mogelijk dat u allergisch bent voor röntgencontrastvloeistof. U krijgt dan last van jeuk, huiduitslag en kortademigheid. In zeldzame gevallen kan dit leiden tot een ernstige bloeddrukdaling.
  • Een bloeding.
  • Een infectie. Krijgt u koorts, neem dan contact op met uw pijnspecialist of huisarts.
  • Tintelingen in de benen of in de flank. Dit kan gebeuren als de zenuwwortels vanuit de wervelkolom aangeraakt worden bij het plaatsen van de naald.
  • Dwarslaesie (gedeeltelijke verlamming van beide benen). Dit is een uiterst zeldzame complicatie.

Na de behandeling

Het resultaat van de blokkade is pas na enkele weken na de behandeling duidelijk. Bij de meeste patiënten treedt na de blokkade een goede pijnvermindering op en kunnen, in overleg met uw pijnarts, de pijnstillers worden afgebouwd. Het effect van de behandeling houdt gemiddeld enkele maanden aan en kan zo nodig herhaald worden. In een aantal gevallen is een aanvullende behandeling nodig.